Bidprentjes








Klik hier voor uitgebreide uitleg van de zoekfuncties. 
De Stichting Het Uden-archief van Bressers (hierna te noemen UAB) heeft een collectie van ruim 20.000 gedachtenis- of bidprentjes, rouwbrieven en rouwadvertenties.
Het betreft personen die op enigerlei wijze binding hebben gehad met Uden, Volkel of Odiliapeel. Natuurlijk zijn er een aantal twijfelgevallen, vooral omdat de hedendaagse prentjes lang niet altijd de volledige informatie bevatten.
Inmiddels is de collectie bidprentjes volledig gedigitaliseerd.
Het bestand op deze website wordt regelmatig bijgewerkt.
Dit is voor de laatste keer gebeurd op 26 april 2021.
Een wereldwijde ingang voor stamboomonderzoekers.
De collectie van UAB moet gezien worden als een digitale herdenkingssite voor overledenen die op enigerlei wijze verband hebben gehad met de gemeente Uden, waaronder de voornamelijk Belgische inwoners van Vluchtoord Uden tijdens de Eerste Wereldoorlog.
Het voornaamste doel is om wereldwijd een ingang te bieden voor stamboomonderzoekers.
Met nadruk willen we hier vermelden dat UAB geen enkel economisch doel dient en dat scans voor particulieren in principe volkomen belangeloos beschikbaar worden gesteld.
Het spreekt voor zich dat zonder toestemming niets op deze site gebruikt mag worden voor welk commercieel doel dan ook!
Gooi niets weg!
Heeft u nog bidprentjes waar u niets mee doet?
Ons motto is: GOOI NIETS WEG! Laat het ons weten. Weggooien kunnen we maar één keer doen; daarna is er niets meer!
Sinds 2019 dragen we overtollige prentjes af aan het Nederlands Bidprentjes Archief in Helmond.
De algemene geschiedenis van het bidprentje.
Bidprentjes, in Brabant en Vlaanderen ook doodsantjes (uit Lat. ‘sanctus’ = heilige), zijn plaatjes die aanvankelijk vooral opriepen om te bidden voor het zielenheil van een overledene. In de katholieke kerk meende men dat nabestaanden door gebed aflaten konden verdienen voor hun geliefde dode, zodat deze eerder uit het ‘vagevuur’ kon worden bevrijd en de hemel betreden. Dit bijgeloof is de oorzaak waardoor bidprentjes voornamelijk verspreid werden in Rooms-katholieke-kringen.
Dit, hoewel er al eeuwen lang devotieplaatjes met afbeeldingen van Jezus en heiligen bestonden, die vooral tot doel hadden op te roepen tot devotie en gebed.
De eerste doodsprentjes zouden zijn ontstaan in de Nederlanden van de 17de eeuw.
Vooreerst in hogere kringen en veelal ook n.a.v. de dood van geestelijken.
Het oudst bekende, handgeschreven exemplaar dateert van 1668 en was in het bezit van de heer L.W. Trompenaars te Amsterdam. Na zijn overlijden in augustus 2016 is zijn zeer uitgebreide collectie overgedragen aan het CBG te Den Haag.
Doordat we tientallen jaren een goede relatie hebben gehad met de heer Trompenaars hebben we enkele jaren geleden een uitwisselingsproject kunnen realiseren voor 19e-eeuwse prentjes. We waren trots dat we scans van ongeveer 500 prentjes konden toevoegen aan de grootste particuliere verzameling van Nederland. Aan de andere kant hebben we ruim 400 scans kunnen toevoegen aan onze collectie. We kunnen dus spreken van een vruchtbare samenwerking met deze zeer aimabele man!
Aanvankelijk waren de bidprentjes dus handgeschreven, later als hout-, koper- of staalgravures, dienden ze soms als overlijdensbericht en uitnodiging voor de uitvaart, als oproep om aflaten te verdienen, en later steeds meer als in memoriam en bedankje voor getoond medeleven.
Sinds omstreeks 1730 duiken er gedrukte exemplaren op. De bidprentjes van de 18de en de 19de eeuw werden versierd met veel christelijke symbolen.
Enkele bijzondere bidprentjes in onze colllectie:
Het oudst bekende Udense bidprentje dat in onze collectie (als kopie) aanwezig is, stamt uit 1810.
Voort_vd_Henricus_1781-1813_(2)1.jpg

Een van de oudste Udense prentjes uit de collectie van L.W. Trompenaars.
Dit prentje is alleen digitaal aanwezig in onze collectie.


Ven_vd_Johannes_1759-1825_(2).jpg

Dit is een heel bijzonder bidprentje;

Johannes van der Ven heeft immers alle zeven sacramenten van de R.K. Kerk ontvangen



Jan Zuilevoet heeft gestreden tijdens de Belgische Opstand
en wordt vereerd met de Militaire Willems Orde derde klas.
In 1837 is hij gehuwd met de Volkelse Maria Loefler (van de Loeffelaer).
In 1852 is hij overleden te Volkel.



Volgens het Bevolkingsregister van Uden vestigde vader Prospère Hubert Henri de Kuijper,
inspecteur boekhouder eener stoomtram, zich op 20 juli 1887 in Uden.
Hij vertrok met zijn gezin naar Dinther op 28 april 1892.
Hij was Jonkheer en een zoon van de Veghelse burgemeester V. de Kuijper.
Moeder Johanna Maria Hendrica Antonia Verhoeven was geboren te Uden.
Zij was een dochter van Andreas Ignatius Verhoeven, bierbrouwer in de Straat.
Het heiligenprentje, de christelijke symbolen en de zwarte rouwrand hebben stand gehouden tot de zestiger jaren van de 20e eeuw. De uitgebreide christelijke symboliek wordt sindsdien meestal gereduceerd tot een eenvoudig kruisje, een icoon  of een afbeelding van de Heilige Maagd Maria.
Sinds het begin van de 20e eeuw kennen we bidprentjes met foto’s van de overledene en sinds het begin van de 21e eeuw zelfs foto’s van dierbaren van de overledene.
Helaas ontbreken steeds vaker essentiële gegevens over de overledene, zodat we regelmatig moeten gissen of een prentje al dan niet in onze collectie thuis hoort.
Waar de meeste prentjes vroeger ongeveer van hetzelfde formaat waren, worden in de huidige tijd allerlei varianten bedacht.
Om meer weten over bidprentjes:
* J.A.J.M. Verspaandonk, Het Hemels Prentenboek, Devotie- en bidprentjes vanaf
     de 17e eeuw tot het begin van de 20e eeuw (1975)
* Drs. W.H.Th. Knippenberg, Devotionalia, Beelden, prentjes, rozenkransen en andere
     religieuze voorwerpen uit het katholieke leven (1980)
* Frans Pluijmaekers en Victor Spauwen, Gedachtenisprentjes, geschiedenis,
     vormgeving, functies (2004)
* Philippe Neutens, http://www.philippeverzamelt.be/
     (Deze tekst is deels afkomstig van genoemde site.)
* J. van den Heuvel, De pastoors Vullers (1773-1780) en De Prest (1780-1813)
     http://www.zwinstreek.eu/
* V.A.M. van der Burg, De genealogie en het bidprentje, in: Gens Nostra 24 (1969)
Klik hier om terug te gaan naar de rubriek Uitgelicht.